“Ze zagen ons als mensen” – het verhaal van Mohamed
In mei 2015 kwam ik als 15-jarige naar Nederland. Geen winterkou, maar de lucht voelde toch zwaar. Niet door het weer, maar door alles wat ik niet wist. Wat gaat er gebeuren? Waar begin ik? Hoe moet ik mezelf opnieuw uitvinden in een land dat ik nauwelijks kende?
Wat me het meest bijblijft uit die eerste periode, is niet de onzekerheid — die was er zeker — maar de mensen die ons met open armen ontvingen. Vooral de vrijwilligers van Welkomsttaal. Ze keken niet naar onze papieren, onze gebroken taal of onze achtergrond. Ze keken naar ons als mensen. Zonder oordeel. Geen enkele opmerking van ‘jij hoort hier niet’ of ‘jij zult het toch niet redden’. Alleen: “Wat heb je nodig, en hoe kunnen wij helpen?”
Dianne was zo iemand.
Wat ik pas jaren later hoorde, is dat zij acht keer een middelbare school had gebeld om een afspraak voor mij te regelen. Zó graag wilde ze dat ik een kans kreeg. Dankzij haar begon ik daar, en op die school haalde ik uiteindelijk mijn vwo-diploma. Ze vertelde het me pas achteraf, bijna achteloos. Maar ik weet: zonder haar had ik die stap misschien nooit kunnen zetten.
Er waren momenten dat anderen zeiden dat het te hoog gegrepen was. Dat we onze dromen beter konden loslaten. Maar juist de vrijwilligers bleven ons motiveren om het uiterste uit onszelf te halen. Ze geloofden in ons op momenten dat we zelf twijfelden. Ze zeiden: “Je kunt het. Blijf doorgaan. We denken met je mee.”
En dat deden ze. Zonder iets terug te vragen. Hun enige doel was om ons te zien slagen. En dat deden we — juist dankzij hen.
Vandaag, jaren later, sta ik hier als civiel ingenieur en wiskundedocent. En ik voel nog steeds de kracht van wat ze toen voor ons deden.
Aan iedereen die ons zonder oordeel tegemoetkwam, die in ons geloofde en ons vooruitduwde toen we het nodig hadden: jullie hebben een verschil gemaakt dat verder reikt dan woorden.
Onwijs bedankt!
— Mohamed